Rhinoclemmys pulcherrima

Rhinoclemmys pulcherrima huisvesting

Huisvesting

Jongen kunnen groepjes worden gehuisvest in een bak van 120 x 30 x 45 cm. Een kattebak kan dienen als waterbak om in te poedelen. Voor een volwassen koppel heb je ongeveer 180 x 60 x 60 cm nodig. Ook hier kan een kattenbak weer dienen als waterbak. Zullen altijd in de buurt van het water blijven. Bij mij slapen ze er ook regelmatig in. Het water dient regelmatig te worden verversd omdat ze hier vaak in ontlasten. Voordeel is dat de verdere ondergrond van de bak relatief schoon blijft. Het is handig om 2 dezelfde kattebakken te kopen. De onderste blijft in de bak en zorgt dat het zand op z'n plek blijft. De bovenste is gevuld met water en kun je dan makkelijk uit de bak nemen.

Door de bak te beplanten verkrijg je een hogere luchtvochtigheid. Neem geen giftige planten,cactussen of puntige grassen. Bromelia's en bananeplanten zijn een goede basis.

Voor de ondergrond kan een mix van cocopeat, spagnum en schors worden gebruikt. Dit houd de luchtvochtigheid hoog, maar het zand zal minder blijven plakken dan met alleen cocopeat. De ondergrond moet vochting zijn, niet doorweekt. Ook wordt wel eens aangeraden om deel witzand toe te voegen. Maak de bodem ongeveer 12 hoog zodat ze lekker kunnen graven. Soms graven ze zich zo diep in dat je alleen hun kop ziet uitsteken.

De gemiddelde bak temperatuur moet tussen de 22 en 26 graden liggen. Onder de spot is een temperatuur tussen de 32 en 35 graden prima. De luchtvochtigheid dient zo hoog mogelijk te zijn. Wel is het belangrijk dat er ook plekken zijn waar ze droog kunnen liggen, op een steen of iets dergelijks.

Ondanks dat de luchtvochtigheid hoog dient te zijn, is ventileren ook belangrijk. Een strook met gaas aan de bovenkant zorgt hiervoor.

Zorg voor veel beschutting. Ze zullen zich hierdoor veiliger voelen. Dit is erg belangrijk voor ze omdat ze nogal schrikachtig en schuw kunnen zijn. Moet voldoende beschutting zullen ze zich minder schuw gedragen. De bak kan naast echte planten ook nog worden afgewerkt met nepplanten om ze zo meer beschutting te geven.

Omdat het tropische dieren zijn, kunnen ze in Nederland niet de gehele zomer buiten. Op warme dagen is dit geen probleem en het zonlicht zal ze goed doen.

Gedrag

Ik merk dat de dieren regelmatig contact met elkaar maken door even met de neus tegen elkaar te gaan. Het komt wel eens voor dat ze zelf koppeltjes vormen en alleen met elkaar paren. Het mannetjes bewaakt dan ook 'zijn' vrouwtje. Het paren gebeurt altijd in het water.

Er kunnen ook gevechten ontstaan tusssen de mannen en vrouwen. Meestal als het water is ververst, worden ze sexueel actiever. Voor de rest kunnen ze goed bij elkaar worden gehouden. Het zijn wel echte groepsdieren en kunnen gestresst raken als ze alleen zijn.

De dieren zullen veel tijd in het water doorbrengen tijdens de lente en zomer. In de herfst en winter zal dit minder zijn. Het is niet bekend of dit gedrag gerelateerd is aan de temperatuur of aan de seizoenswisselingen van hun land van oorsprong.

De Rhinoclemmys pulcherrima soorten zijn niet bang zolang ze zich veilig voelen.

Voeding

De dieren willen zich nog wel eens ingraven zodat je tegen een leeg terrarium aan zit te kijken. Als je het eten neerzet, komen ze uit alle hoeken naar het eten toe rennen. Dat is altijd leuk om te zien. Het zijn alles-eters. Volwassen dieren dienen 2 tot 3 keer per week te worden gevoerd.

Twee keer per week een mix van

  • 60% onkruid (paardebloem, madeliefjes, andijvie, frisee, lollo rosso)
  • 30% fruit (paddestoelen, komkommer, tomaat, erwten, suikermais, banaan, meloen, kiwi, appel, frambozen en aardbeien)
  • 10% kant-en-klaar schildpadvoer (natreza brokken).
  • Alles wordt besprenkeld bijvoorbeeld gistocal.


De rhinoclemmys pulcherrima zijn ook dol op levendvoedsel. Je kunt bijvoorbeeld meelwormen, moriowormen of Argentijnse kakkerlakken in de bak loslaten. Als ze doorhebben dat er wat rondloopt, zullen ze de hele bak omploegen tot ze deze te pakken hebben. Ook deze voederdieren dienen weer met bijvoorbeeld gistocal te worden besprenkeld.

Nakweken

De vrouwen leggen 1 of 2 grote eieren met een harde schaal per keer. Elke 6 tot 8 weken kan in de periode van oktober tot april een nest worden gelegd.

De eieren kunnen in een broedmachine worden uitgebroed. De temperatuur dient tussen de 28 en 31 graden te liggen. Gemiddeld duurt het 105 dagen voordat een ei uitkomt. Ook de eieren van de Rhinoclemmys pulcherimma kunnen in een diapause gaan. Dit betekend dat de ontwikkeling tijdelijk stopt indien de temperatuur niet correct is. De uitbroedperiode kan zo wel tot 6 maanden worden verlengt tot 275 dagen. De eieren zullen er naar verloop van tijd niet mooi uitzien. Zolang ze niet echt kapot zijn of stinken, blijf ze dan uitbroeden. Je kunt de eieren op vermiculiet uitbroeden.

De eieren blijven niet mooi van vorm en kunnen zelfs er uitzien alsof ze kapot zijn gegaan. Laat de eieren in de broedmachine tot ze echt kapot zijn. Pas dan weet je zeker dat ze niet meer goed zijn.

Opkweken van juvenielen

Als de dooierzak volledig is opgemaakt, kunnen de juvenielen uit de broedmachine worden gehaald. Plaats de juvenielen in een kleine en ondiepe schaal met water. Houd de temperatuur op 26 graden en de waterstand op ongeveer 2 cm. Zorg ook voor voldoende planten zodat ze makkelijk kunnen klimmen en bovenkomen om te ademen. Daarnaast is het ook verstandig om een steen als rustplek te plaatsen met daarboven een lamp die de lucht verwarmd tot ongeveer 28 graden.


In het begin zullen ze alleen maar op levend voer jagen zoals buffalo wormen. Dit zijn een soort kleinere meelwormen die meer bewegelijk zijn. Juist die bewegelijk triggert de juvenielen. Ook kunnen kleine meelwormen worden gegeven. Niet teveel omdat meelwormen veel chitiene bevatten. Na een tijdje kun je ook ander voedsel geven. Ontdooide bloedwormen of kakkerlakken. Ook zullen ze na verloop van tijd aan bijvoorbeeld eendekroes gaan zitten en opeten.

Als de juvenielen te groot worden voor de schaal, kun je ze overzetten in bijvoorbeeld een kattenbak doorgroeiend naar nog grotere bakken. Na 1 tot 1,5 jaar zullen ze meer behoefte hebben om op het land te blijven. Het verblijf dient dat daarvoor te worden aangepast.