Europese moerasschildpad

Emys orbicularis - europeese moerasschildpad
Moerasschildpad
  • Europese moerasschildpad
  • Nederlandse naam
  • European pond turtle
  • Engelse naam
  • Beschreven door
    Linnaeus, 1758

De Europese moerasschildpad (Emys orbicularis) is een middelgrote soort die onopvallende donkere kleuren heeft met karakteristieke gelige vlekjes op het schild en de huid. Er zijn momenteel 13 bekende sub-soorten die verschillen in grootte, kleur, markeringen en geografische spreiding. In het algemeen zijn de noordelijke ondersoorten groter dan de zuidelijke ondersoorten.

Tot voor kort zag men alle emys orbicularis als 1 soort met een heel groot verspreidingsgebied. Tegenwoordig hebben ze 13 ondersoorten beschreven en benoemd. Toch is het moeilijk om de ondersoorten van elkaar te onderscheiden. Veel is gedaan met DNA, wat natuurlijk niet met het blote oog is te zien. Doordat er nu ondersoorten worden onderscheiden, is inherent daar aan dat er ondersoorten met elkaar worden gekruist. Het heeft natuurlijk altijd de voorkeur zuivere soorten te hebben. Let hier op bij aankoop. Bepaald het (onder)soort en de oorsprong van de ouders.

Kenmerken Europese moerasschildpad

De schildkleur is donkerbruin tot zwart maar kan ook lichter zijn tot olijfbruin. De schildplaten zijn voorzien van gele vlekjes of streepjes die vaak een straalsgewijs patroon hebben. De platen aan de bovenzijde van de rug hebben verschillende namen, afhankelijk van de positie. De grote platen op het midden van de bovenzijde van de rug heten de vertebralia, dit zijn er altijd vijf. De platen aan de zijkanten, tussen de bovenste rij en de rij aan de schildrand worden de costalia genoemd. De buitenzijde van het schild is voorzien van een ring vele kleinere platen die de marginale schilden worden genoemd. Aan iedere zijde zijn altijd twaalf marginale schilden aanwezig.

Aan de voorzijde zit in het midden, boven de kop, een enkele kleine plaat die het nekschild wordt genoemd. De hoornplaten op de rug kunnen in sommige populaties abnormaliteiten vertonen, zoals extra schilden die vaak asymmetrisch zijn in populaties rond de rivier Louro in Spanje. De reden van dergelijke afwijkingen is niet precies bekend, maar hieraan ligt waarschijnlijk een ongunstige embryonale omgeving, inteelt of watervervuiling ten grondslag.

De buikplaten zijn geheel zwart tot bruin met donkere randen, soms zijn de platen lichter tot geel met zwarte markeringen. De huid van kop en poten is donker van kleur, meestal geelbruin of donkerder tot zwart. Aan de bovenzijde van de nek zijn geen schubben aanwezig. De poten, zijkanten van de kop en de keel dragen wel schubben die echter nooit groot zijn. De huid heeft vooral aan weerszijden van de kop gele vlekjes die kenmerkend zijn voor de soort. De kleur van het oog varieert per ondersoort en kan uiteenlopen van rood tot bruingeel of geel tot wit, de ogen van vrouwtjes hebben minder variatie en zijn geelbruin tot wit.

De poten zijn afgeplat en voorzien van zwemvliezen wat een aanpassing is op het water. De tenen dragen nagels die dienen om voedsel af te scheuren, bij mannetjes zijn de nagels duidelijk langer en sterk gekromd, dit dient als seksueel kenmerk en speelt een functionele rol bij het beklimmen van een vrouwtje tijdens de paring.

Gedrag Europese moerasschildpad

Europese moerasschildpadden liggen overdag uitgestrekt te zonnen aan de kant van het water zonder te bewegen. Van onder het water kijken ze rond terwijl ze alleen hun neus en ogen boven water hebben. Ze kunnen zich ook verstoppen tussen drijvende planten.

Tijdens de winter overwinteren ze in het water en graven zich in de modder op de bodem. Aan het einde van de lente komen ze weer boven.

Studies hebben aangetoond dat er een mannetjes dominant zijn tijdens het paarseizoen. Ook tijdens het eten kunnen territoriaal en agressief gedrag vertonen. Op zulke momenten zullen ze hun nek uitstrekken, het hoofd heen en weer bewegen, bijten en vergelijkbare gedrag vertonen. Ze schijnen ook dominante en ondergeschikte houdingen aan te nemen. In gevangenschap kunnen ze tam worden, maar in hun natuurlijke omgeving zijn ze erg schuw en voorzichtig.

Habitat Europese moerasschildpad

De Europese moerasschildpad leeft in zoet water en komt voor in zowel stilstaande tot enigszins stromende wateren. Permanent stromende tot snelstromende wateren zijn ongeschikt, ook diepe wateren worden door de schildpad gemeden. De Europese moerasschildpad heeft een voorkeur voor ondiepe wateren met enige onderwatervegetatie, met open plekken en een niet al te steile oever om te zonnen. Open plekken op de oever zijn ook een voorwaarde om de eieren af te kunnen zetten.

De Europese moerasschildpad wordt voornamelijk aangetroffen in kleinere wateren waarin een voldoende aanbod van voedsel en weinig grotere roofdieren aanwezig zijn. Voorbeelden zijn meren, grote vijvers, langzaam stromende wateren en moerassen.

In het wild eten ze voornamelijk ongewervelden en amfibieën larven, af en toe ziek gewervelde dieren en aas, aquatische en terrestrische planten, fruit.

Geslachtsonderscheid Europese moerasschildpad

europese moerasschildpad man en vrouwMannetjes hebben een kleinere staart die dikker is aan de basis. De cloaca zit in de staart aan de buitenkant van het rugschild. Het plastron is kleiner en heeft een ovale vorm. De de klauwen gebogen. Het iris in de ogen rood, bruin, geel of wit. De carapax markeringen zijn meestal onregelmatig en de huid van donker van kleur.

De vrouwtjes zijn groter en hebben een staart die dunner is aan de basis. De cloaca ligt dichter bij het buikschild. De iris van de ogen is geel of groen. De tekeningen op het rugschild zijn meeste gerangschikt in lijnen of radiaal.

In het wild worden de schildpadden tussen de 5 en 12 jaar geslachtsrijp (met uitzonderingen tot 18 jaar in bepaalde gebieden). Mannetjes worden eerder geslachtsrijp dan vrouwtjes.

Voortplaning Europese moerasschildpad

Mannen ontwaken eerder uit winterslaap. Meteen na de winterslaap gaan de mannen opzoek naar vrouwen. Deze kunnen ze vinden door de feromonen die ontvankelijk vrouwen uitscheiden in het water. Zowel mannen als vrouwen hebben de voorkeur voor een grotere partner omdat die meer vertrouwen geven een in succesvolle voortplanting.

Een vrouw legt tussen de 3 en 21 eigen in 3 keer. Dit is meestal van mei tot juli. De eitjes worden meestal s’avonds begraven. Hierbij kunnen ze behoorlijke afstanden afleggen tot ze een geschikte plek hebben gevonden.

In de koudere gebieden leggen de vrouwtjes vaak alle eieren in een keer in een groot nest. Het is kan zelfs gebeuren dat de babies in het nest overwinteren. Ze kunnen korte perioden van vorst tot -6 graden overleven.

Ook de Emys orbicularis heeft temperatuursafhankelijk geslachtsbepaling. Onder de 28,5 graden komen er voornamelijk mannetjes en hierboven voornamelijk vrouwtjes. De gemiddelde incubatietijd is 62 dagen bij 28,5 graden. Pas geboren babies zijn ongeveer 2,6 centimeter groot en wegen 5 gram.

Kaart

Foto's Europese moerasschildpad

  • europese moerasschildpadden op stam - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpadden op stam

  • europese moerasschildpad op stam - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad op stam

  • europese moerasschildpad op stam - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad op stam

  • europese moerasschildpad - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad

  • europese moerasschildpad testuggine - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad testuggine

  • europese moerasschildpad testuggine palustre - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad testuggine palustre

  • europese moerasschildpad op stam - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad op stam

  • europese moerasschildpad op stam - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad op stam

  • europese moerasschildpad aan het zonnen - Chrysemys - schildpadden

    europese moerasschildpad aan het zonnen