Alabama roodbuik cooter

Pseudemys alabamensis
Moerasschildpad
  • Alabama roodbuik cooter
  • Nederlandse naam
  • Alabama red-bellied cooter
  • Engelse naam
  • Beschreven door
    Baur, 1893
  • Groote
    Gemiddelde groote man30 cm
    Gemiddelde groote vrouw38 cm
    Gemiddelde leeftijd50 jr

De Alabama red-bellied cooter is een van de zeven soorten van de cooters. De term cooter is afgeleid van woord kuta van de slaven uit de West Afrikaanse natie van Maii.

Omschrijving

De schildpad dankt zijn naam aan zijn buikkleur. Deze varieert van vaag geel tot donkerrood maar is meestal oranje-achtig tot lichtrood, soms met vlekjes. Met name jongere dieren hebben een knalrode buik. De schildkleur is bruin tot groen, het schild is gewelfd en bereikt een maximale grootte van 33 centimeter. De huid van kop en poten is groen tot zwart met gele lengtestrepen. De kop heeft geen uitstekende snuitpunt zoals verwante soorten.

Een typisch kenmerk is het tand-achtige uitsteeksel aan iedere mondhoek. De vrouwtjes worden groter dan de mannetjes en hebben ook een boller rugschild. De mannetjes hebben zeer lange nagels aan de voorpoten en een langere en dikkere staart.

Habitat

De Pseudemys alabamensis komt uitsluitend voor in de Mobile-Tensaw Delta. Hun leefgebied wordt ernstig bedreigd door menselijk toedoen. Ze zijn nu ook een beschermd soort in Alabama. Recentelijk is er ook populatie gevonden in de Pascagoula Rivier in zuid-oost Mississippi.

Ze hebben een voorkeur voor zanderige gronden met ondiepe gedeelten met langzaamstromend beken en rivieren. Ze kunnen ook in brakwater gedeeltes aan de rand van Mobile Bay. In deze gebieden is een overvloed van plantaardig voedsel welke de basis is van hun dieet.

Voeding

De Pseudemys alabamensis is een herbivoor. Ze eten voornamelijk onderwaterplanten.

Voorplanting

Over de voortplanting van de Pseudemys alabamensis is niet veel bekend. De eieren worden tussen april en begin augustus gelegd. De vrouwtjes verlaten het water om de nesten te leggen. De nesten worden meestal in zanderige ondergrond gegraven en per nest tussen de 4 en 9 eieren. De eieren komen meestal in de zomer uit. De Nesten die in juli worden gelegd overwinteren meestal. De kleintjes komen dan pas het volgende jaar uit het ei.

Kaart