Moorse landschildpad

De moorse landschildpad wordt veelvuldig gehouden.
Landschildpad
  • Moorse landschildpad
  • Nederlandse naam
  • Mediterranian Spur-thighed Tortoise
  • Engelse naam
  • Beschreven door
    Linnaeus, 1758

Omschrijving

Het schild bereikt een lengte van ongeveer 25 centimeter en is zoals bij de meeste landschildpadden erg bol, de randen hebben een lichte glooiing en zijn platter. Het rugschild is koepelvormig en zit met een enkele scharnier buikschild aan het middenste gedeelte van het buikschild. Het supracaudal schild boven de staart bestaat uit 1 stuk.

De meeste exemplaren hebben een lichtbruine tot bijna gele schildkleur, en op iedere schildplaat is het voorste deel van de plaat, naar de kop toe, donkerbruin tot zwart gekleurd, het achterste deel is lichter. De platen aan de rand hebben onregelmatige donkere vlekken die lijken op Griekse mosaic. Vandaar dat de engelse naam ook Greek tortoise is. Aan weerzijde op de dijen 1 tot 3 doornachtige uitsteeksels. Daardoor wordt deze schildpad in het engels ook wel Mediterranean spur-thigh tortoise genoemd. Een ander kenmerk van deze soort is een klein stekeltje aan iedere zijde van de staart.

De kop is afgeplat met relatief grote ogen. Ze hebben grote schubben op de voorpoten en sterke klauwen.

Grote Testudo graeca

Normaal gesproken zijn de Testudo graeca kleine tot middelgrote dieren op enkele uitzonderingen na. Afhankelijk van het ondersoort zijn ze tussen de 12,5 cm en 20 cm groot. De Testudo graeca iberica kan in een uitzonderlijk geval uitgroeien tot wel 25 cm. Meestal zijn de mannen kleiner dan de vrouwen. Pasgeboren jongen zijn vaak rond de 2,5 cm. Ze kunnen snel groeien als ze teveel eten krijgen. Als ze binnen 2 jaar al 10 cm zijn, groeien ze te snel.


Habitat Testudo graeca

Deze schildpadden leven in Noord Afrika, Zuidwest Azie en Zuid Europa. Vanwege dit grote gebied bewonen ze ook diverse habitats. Rotsachtige heuvels, Mediteraneense heide, bossen, velden en hooiland. Hun precieze biotoop is afhankelijk van het ondersoort en precieze woongebied. Sommige van deze gebieden kunnen erg droog zijn.

Alweer afhankelijk van de regio, doen ze ofwel een winterslaap, een zomerslaap of zelfs beide.

Voortplanting Testudo graeca

De mannen vertonen het klassieke gedrag van het botsen met hun schild tegen het vrouwtje. Zo proberen ze haar over te halen om te paren. Als het vrouwtje toestemt klimt hij achterop om te paren. Tijdens het paren maakt de man enkele piepachtige geluiden die ontstaan omdat hij zijn tong naar buiten steekt. Noord-Afrikaanse specimen paren van april tot mei, en in het najaar, maar ook dat kan variëren naargelang het verspreidingsgebied.

Vanaf juni wordt door het vrouwtje een gat van 10 bij 20 cm met haar achterpoten. Gemiddeld worden er tussen de 3 en 6 eieren gelegd afhankelijk van het ondersoort. Grote exemplaren van de Testudo graeca whitei kunnen wel tot 18 eieren per keer leggen. Vervolgens wordt het nest afgedekt met zand. Nesten worden meestal na een regenbui gegraven.

Ook hier geldt dan hogere temperaturen voor meer vrouwen zorgt en een lagere temperatuur voor meer mannen.

Het nestelen gebeurt van mei tot juni, met mogelijk nog enkele legsels in de zomer of zelfs nazomer, meestal na een regenbui.

Kaart

Foto's Moorse landschildpad

  • Testudo graeca terrestris - Chrysemys - schildpadden

    Testudo graeca terrestris

  • Testudo graeca graeca - Chrysemys - schildpadden

    Testudo graeca graeca

  • Testudo graeca ibera - Chrysemys - schildpadden

    Testudo graeca ibera

  • Testudo graeca - Chrysemys - schildpadden

    Testudo graeca